DIZRA
Search…
⌃K

Besturing

De organisatie van het informatiestelsel beschrijft de rollen en verantwoordelijkheden voor de besturing van het informatiestelsel.
Deze pagina beschrijft in de terminologie van het Europese Interoperabiliteitsraamwerk (EIF) de governance van de innteroperabiliteit. Het Informatiestelsel Zorg (hierna informatiestelsel) is een stelsel van standaarden voor interoperabiliteit. Iedere gegevensuitwisseling in de zorg wordt uitgevoerd op basis van een standaard. Hierdoor is er een gelijk speelveld voor alle softwareleveranciers en voorzieningenleveranciers (zie manifest). De softwareproducten, die deze standaarden hebben geïmplementeerd, vormen samen het ecosysteem voor gegevensuitwisseling in de zorg. Standaarden die voor het informatiestelsel zijn ontwikkeld noemen we stelselstandaarden.
In deze pagina beschrijven we kort de besturing van het informatiestelsel. Deze besturing is vastgelegd in NEN7522:2021, de Nederlandse norm voor het ontwikkelen en beheren van standaarden en stelsels van standaarden. Het informatiestelsel is in de terminologie van NEN7522 een stelsel van standaarden. Voor meer informatie, zie NEN7522:2021.

Rollen voor de governance

De rollen zijn overeenkomstig de rollen in NEN7522:2021 en toegepast voor het informatiestelsel. Voor de verantwoordelijkheden van de rollen verwijzen we naar NEN7522:2021.
Voorbeeld van een organigram
We onderkennen de volgende rollen:
  1. 1.
    stelselhouder: eindverantwoordelijk voor het ontwikkelen en beheren van het informatiestelsel van standaarden. De houder stelt de scope en het doel van het informatiestelsel vast evenals de principes en de uitgangspunten die worden gehanteerd bij ontwikkeling en beheer;
  2. 2.
    stelselfinancier: verantwoordelijk voor de financiering van de ontwikkeling en het beheer van het informatiestelsel;
  3. 3.
    stelselautorisator: keurt een stelselstandaard (waaronder normen en technische afspraken) goed door deze als bouwsteen van het informatiestelsel te erkennen;
  4. 4.
    stelselbeheerder (in NEN7522 de stelsel functioneel beheerder): verantwoordelijk dat het proces van ontwikkelen en beheren verloopt volgens de gemaakte afspraken. Hiertoe behoort ook het beheer en toezicht op het vertrouwen in het ecosysteem.
  5. 5.
    technisch beheerder is standaardisatieorganisatie genoemd in de referentiearchitectuur: verantwoordelijk voor het technisch beheren van individuele standaarden of stelsels van standaarden. Een standaardisatieorganisatie wordt in het informatiestelsel erkend door een stelselhouder en niet noodzakelijk benoemd;
  6. 6.
    distributeur: verantwoordelijk voor het distribueren van informatie over de ontwikkeling en het beheer van het informatiestelsel. Bijvoorbeeld een lijst met erkende standaardisatieorganisaties;
  7. 7.
    een stelselexpert brengt specifieke noodzakelijke kennis in, zoals domeinkennis.
  8. 8.
    in het informatiestelsel zijn gebruikers onderverdeeld in directe en indirecte gebruikers. Softwareleveranciers zijn directe gebruikers: zij moeten een stelselstandaard implementeren en zich conformeren aan de afspraken. Cliënten en zorgverleners zijn voorbeelden van indirecte gebruikers: zij ervaren de waarde van het informatiestelsel. De indirecte gebruikers zijn als domeinexpert betrokken in het standaardisatieproces.
  9. 9.
    De rol van auditor is een aanvulling op de bovenstaande rollen: deze rol zorgt voor het kwalificeren en certificeren van softwareproducten, zowel voor applicaties als infrastructuur.

Governance processen

Overeenkomstig NEN7522:2021 moet voor het informatiestelsel stelselmanagement worden uitgevoerd. Stelselmanagement omvat de processen 'beheren portfolio' en 'beheren catalogus van stelselstandaarden'. Deze processen beschrijven we hieronder kort.

Beheren catalogus van stelselstandaarden

Het beheren van de catalogus omvat de stelselstandaarden en deze referentiearchitectuur. Het proces adviseert enerzijds over het gebruik van standaarden en anderzijds besluit het over selectie, (door)ontwikkeling en eventueel beheer van nieuwe stelselstandaarden. Dit op basis van de referentiearchitectuur om de samenhang te bewaken. Doel van het proces is hergebruik van standaarden te bevorderen zonder innovatie af te remmen en te borgen dat elementen die voldoen aan deze standaarden, kunnen samenwerken. Hiermee realiseren we het principe van een duurzaam informatiestelsel.
Het beheren van de catalogus omvat de stelselstandaarden voor het toepassingsgebied van het informatiestelsel zoals in onderstaand figuur is weergegeven.
De lagen en afspraken in het informatiestelsel
Voor elke laag zijn de verschillende soorten afspraken hieronder beschreven.
  • Vanuit wet- en regelgeving zijn eisen gesteld, beschreven in wetten en in algemene maatregelen van bestuur.
  • Samenwerkingsafspraken worden beschreven in convenanten. We plaatsen deze op het niveau van organisatiebeleid, maar een convenant is vaak ook een afspraak op proces- en informatieniveau. Die afspraken zien we als stelselstandaard.
  • Processtandaarden en kwaliteitsstandaarden zijn afspraken op het niveau van organisatiebeleid, (zorg)proces en informatie. In de informatieparagraaf zijn de processen en informatieobjecten gespecificeerd. Deze proces- en informatieanalyse is de basis voor de afspraken in de stelselstandaarden.
  • Een system use case voor gegevensuitwisseling tussen deelnemers beschrijft de functionele en niet-functionele eisen op het niveau van informatie. De systtem use cases worden beschreven in een NEN-norm.
  • Op de lagen applicatie en infrastructuur beschrijft een technische afspraak de werking van het ecosysteem met de interactie tussen systeemactoren.
De opgave is om stelselstandaarden vanuit het netwerkperspectief in samenhang te ontwikkelen en niet alleen per keten. In onderstaand figuur is dit ter illustratie weergegeven.
Samenhang tussen standaarden

Beheren portfolio van business use cases

Het op stelselniveau beheren van een portfolio bevat de controles en processen om de strategische doelstellingen van het stelselmanagement te bereiken en is gebaseerd op ISO 38500.
Portfolio management is het regie voeren en managen van het geheel. Zonder portfolio management geen samenhang. Het is een zeer uitgebreid onderwerp die we in de referentiearchitectuur alleen benoemen omdat het een belangrijk instrument is in de ontwikkeling van stelselstandaarden. Voor meer informatie verwijzen we naar: https://www.scaledagileframework.com/lean-portfolio-management/.
Voorbeeld van een kanban voor de ontwikkeling van standaarden
In het bovenstaande figuur is een voorbeeld weergegeven van een kanban voor de ontwikkeling van stelselstandaarden in het informatiestelsel (bron: https://www.scaledagileframework.com/portfolio-kanban/). De stelselstandaarden komen tot stand omdat vanuit een business use case (opgenomen in een processtandaard of kwaliteitsstandaard) een informatieuitwisseling is geïdentificeerd. Het portfolio valt onder de verantwoordelijkheid van de stelselbeheerder. De implementatie zal uitgevoerd moeten worden door een of meerdere standaardisatieorganisaties.

Technische afspraken vanuit een netwerkperspectief

Een netwerkperspectief op zorg, een netwerkperspectief op gegevensuitwisseling in de zorg is een perspectief vanuit een deelnemer. Deze deelnemer heeft verschillende systeemrollen in het ecosysteem vanuit een netwerkperspectief. Een zorgorganisatie kan bijvoorbeeld zowel aanbieder als afnemer zijn. Iedere systeemrol heeft in het informatiestelsel haar eigen voorziening waarvoor technische afspraken gemaakt moeten worden.
In onderstaand figuur is de samenhang tussen de standaarden weergegeven en hoe deze uiteindelijk tot technische afspraken leiden.
Samenhang tussen standaarden
Voor de technische afspraken wordt veelal systeem-use-case-modellering gehanteerd om de functionele en niet-functionele eisen te beschrijven. Overeenkomstig deze modellering zou voor iedere deelnemer de use cases beschreven moeten worden waarvoor zij verantwoordelijk is.

Verschillen in implementaties

De technische afspraken kunnen op verschillende manieren geïmplementeerd worden in een (generieke) functie. Enerzijds kan gekozen worden voor een softwareleverancier met proprietary software, anderzijds voor open source software van een community van ontwikkelaars.
Indien op een generieke functie publieke sturing nodig is, dan spreken we over een publieke functie.
Keuzes voor de implementatie van voorzieningen